Revalidatie jaar 2

Revalidatie jaar 22019-04-27T23:01:38+02:00

Revalidatietraining 2 – toegepaste technieken

In het tweede jaar van de opleiding tot revalidatietrainer draait het om het toepassen van de aangeleerde technieken binnen een revalidatieproces. Hierbij spelen de volgende vragen een sleutelrol:

  • Wat is de belastbaarheid van het paard op elk moment
  • Hoe ernstig was de blessure
  • Welke belasting of beweging kan het paard wel en niet aan
  • Hoe lang heeft het paard stil gestaan met de blessure en hoe lang zal het revalidatietraject gaan duren
  • Wat is een passende trainingsfrequentie en -duur voor dit paard
  • Wat is het doel van de revalidatie
  • Hoe kan terugkeer van de blessure voorkomen worden
  • Is er sprake van restschade of zijn er compensatieklachten
  • Welke welzijnsaspecten moeten worden aangepast om het revalidatieproces optimaal te laten verlopen
  • Met welke specialisten werk ik samen en hoe communiceer ik met hen om een optimaal resultaat te bereiken
  • Wanneer is het revalidatietraject afgelopen
  • Wanneer moet ik stoppen

De competenties van dit opleidingsjaar zijn als volgt:

  • Kunnen communiceren over het blessureverloop met alle betrokken specialisten.
    • Anatomische en biomechanische kennis
    • Ervaring met beeldvorming
  • Het opstellen van een plan van aanpak voor revalidatie
    • Inzicht in het blessureverloop
    • Overleg met specialisten over belastbaarheid
    • Vaardigheid in de verschillende beschikbare technieken
    • Beschikbaarheid van een geschikte accommodatie
    • Toelichting aan de eigenaar
  • Combinatie van vaardigheid, inschattingsvermogen en ‘oog’ voor de ontwikkeling van het paard
    • Onderscheid maken tussen beweging en training
    • Belastbaarheid in de praktijk kunnen toetsen aan plan van aanpak
    • Vastleggen van de voortgang van de training
    • Subdoelstellingen ten alle tijden voorrang geven aan hoofddoelstelling
    • Timing en dosering van techniek bij een revaliderend paard
    • Hulp inroepen van specialist of collega

Betrokken docenten

  • Annika ten Napel: Holistisch dierenarts met veel ervaring in het communiceren over de revalidatie van paarden op basis van het Freestyle systeem. Praktijkvoorbeelden zijn op de FSA beschikbaar.
  • Mechteld Jonker: Paardenfysiotherapeut met specialisatie op het gebied van biomechanisch trainen.
  • Yoni Blom: Paardenfysiotherapeut met specialisatie op het gebied van revalidatietraining.
  • Dierenkliniek Emmeloord: Communicatie op dierenartsniveau, beeldvorming, specialisten op het gebied van wervelkolom.
  • Claudia de Gooijer: Meten met de connectiesensor

Extra:

  • Werkbezoeken met als doel kennismaking met verschillende methodes van revalidatietraining en bezoek aan gerenommeerde paardenkliniek.
  • Stagedagen in de eigen regio verschillende specialisten voor het opbouwen van een netwerk, tevens portfolio opdracht.

Opzet van het opleidingsjaar – revalidatie 2

Dit opleidingsjaar bouwt verder op de basis van de twee voorgaande jaren: de leergang welzijn en revalidatie 1. De lessen zijn opgebouwd uit een combinatie van theorie, toegepaste theorie en praktijk. Tijdens alle lesdagen zal een combinatie van deze lesvormen worden toegepast om de toepassing ervan praktijkgericht te houden.

De belangrijkste onderwerpen die in dit jaar aan bod komen zijn:

  • Herkennen interne problematiek en verdieping rugproblemen
  • Werken met de connectiesensor
  • Knie-heup-bekken problematiek
  • Metabool syndroom
  • Gebruik van goudkorrels in diergeneeskunde bij pijnbestrijding
  • Interpretatie van beeldvorming
  • Fysiotherapeutisch protocol en richtlijnen voor herstel
  • Biomechanica in de training
  • Inspanningsfysiologie
  • Opstellen en uitschrijven van een revalidatietraject
  • Specifieke oefeningen voor specifieke problemen
  • Trainen van corestability en mobiliteit
  • Communicatie met experts en objectiviteit
  • Revaliderende trainingstechnieken
  • Verbreding revalidatietechnieken

Dit opleidingsjaar bestaat in totaal uit 15 lesdagen.

Voor sommige (nader te bepalen aan de hand van het rooster) lesdagen nemen de deelnemers een paard mee voor het praktijkgedeelte. Dit wordt in onderling overleg afgesproken en zal nooit voor de hele groep tegelijk gelden. Gemiddeld zal van de deelnemers verwacht worden dat ze 4 á 5 keer een paard meenemen gedurende het opleidingsjaar. Indien dit onmogelijk is voor de deelnemer kan er gekeken worden of dit onderling op te lossen is, zo niet dan kan dit tegen een vergoeding van €100,- voor het hele schooljaar door de FSA opgevangen worden met schoolpaarden.